header

woensdag, 12 april 2017 09:13

Gestructureerd en doelmatig omgaan met foutaansluitingen

Binnen het Samenwerkingsverband Afvalwaterketen Flevoland (SAF) bestaat de behoefte om op een doelmatige manier om te gaan met foutaansluitingen. Centrale vragen zijn 'wanneer zijn foutaansluitingen van belang?' en 'welke maatregelen en technieken pas je wanneer toe?'. In samenwerking met Partners4UrbanWater heeft de SAF een beslisboom opgesteld om op een gestructureerde manier aan de slag te gaan met foutaansluitingen.

Naar schatting is circa 2 procent van de aansluitingen op de hemelwaterriolering in Nederland foutief. Daarmee wordt het afvalwater van circa 60.000 inwoners (op jaarbasis 2,7 miljoen m³) meestal ongezuiverd in oppervlaktewater geloosd. Het beheergebied van het SAF kent relatief veel gescheiden riolering. De SAF heeft de behoefte uitgesproken om op een gestructureerde en doelmatige manier de foutaansluitingenproblematiek in haar gebied aan te pakken. Daartoe is een beslisboom ontwikkeld die door de inliggende gemeentes toegepast gaat worden.

Reactief versus proactief
De beslisboom begint met het vaststellen of foutaansluitingen een probleem zijn of worden. Deze vaststelling vindt plaats in de twee gele blokken van de beslisboom. Het bovenste gele blok gaat over het reactief ingrijpen bij problemen die gemeld zijn door bewoners, door de waterkwaliteitsbeheerder en/of door de buitendienst. Let wel: het gaat hier om daadwerkelijke problemen veroorzaakt door foutaansluitingen (bijvoorbeeld stank, vissterfte).
Ook zonder gemelde problemen kan het nodig zijn om onderzoek uit te voeren naar foutaansluitingen. Daarover gaat het onderste gele blok. Op basis van gebiedskenmerken kan het voorzorgsbeginsel spelen: de functie of aard van het oppervlaktewater kan zodanig zijn dat het ontstaan van problemen door foutaansluitingen voorkómen moet worden. Dit proactief ingrijpen geldt voor watersystemen met een hoog belang vanuit de gebruiksfunctie, zoals zwemwater, speelwater of water in recreatiegebieden. Foutaansluitingen hebben invloed op deze gebruiksfunctie via de hygiënische kwaliteit en soms ook door visuele hinder. De effecten worden sterker naarmate de kwetsbaarheid van het ontvangende oppervlaktewater groter is. Proactief ingrijpen kan ook nodig zijn als de omgeving daar om vraagt (bijvoorbeeld water in het stadscentrum of een andere representatieve locatie) en/of als het gebied gevaarlijk bedrijfsmatig afvalwater produceert (bijvoorbeeld uit ziekenhuizen).

Vinger aan de pols
Als reactief noch proactief ingrijpen nodig is, wordt in een gebied de 'basisaanpak foutaansluitingen' toegepast (blauwe blok). De basisaanpak houdt in dat een gebied periodiek gecontroleerd wordt op het eventueel ontstaan van problemen door foutaansluitingen. Deze 'vinger aan de pols' bestaat uit drie onderdelen:
Een jaarlijkse analyse op verpompte volumes door het vuilwatergemaal (en het hemelwatergemaal indien een VGS). Dit is een eerste check op onregelmatigheden in de stelsel(s) die eventueel geheel automatisch uitgevoerd kan worden;
Een vijfjaarlijkse inspectieronde langs hemelwateruitlaten, overstorten, gemalen, schuiven, koppelputten en randvoorzieningen zoals lamellenfilters. Door een maand voorafgaand aan deze ronde de uitlaten te voorzien van kippengaas, vallen grove verontreinigingen zoals wc-papier en maandverband beter op. Het bezoeken van alle bijzondere constructies biedt daarnaast inzicht in de vraag of het stelsel wel of niet werkt zoals bedoeld;
Een tienjaarlijkse reinigings- en inspectieronde. Door het stelsel eerst droog te zetten, na een week te inspecteren en pas dan te reinigen, kunnen 'vieze' plekken met foutaansluitingen kosteneffectief in beeld worden gebracht. Het eerst reinigen, dan droog zetten en na een week inspecteren is ook een mogelijkheid om uit de reguliere inspectie en reiniging informatie over foutaansluitingen te krijgen. Overigens werkt deze methode niet in lekkende riolen en stelsels waarop drainage is aangesloten omdat droogzetten en -houden niet lukt.

Maatregelen/onderzoekstechnieken
Een enkele keer zal de oorzaak van een probleem met foutaansluitingen al bekend zijn, bijvoorbeeld omdat uit de melding blijkt waar de foutaansluiting zich moet bevinden. In die gevallen kan de gemeente direct overgaan tot het verhelpen van de foutaansluiting. In de meeste gevallen zal onbekend zijn waar het afvalwater op het hemelwaterstelsel wordt geloosd. Dan moet er een afweging van mogelijke maatregelen en onderzoeksmethoden plaatsvinden. Deze afweging is gepresenteerd in het oranje blok.
Een goede afweging begint met begrip van de werking van het stelsel. Hiertoe is een basisinventarisatie nodig: wat ligt er en hoe werkt het? Naast de basisgegevens uit revisietekeningen zijn de analyse van verpompte volumes en inspectierondes (stappen a en b uit de basisaanpak) behulpzaam in het in de vingers krijgen van het systeemfunctioneren.
De tweede stap in de afweging hangt samen met de restlevensduur van het stelsel. Als de gemeente op korte termijn (< vijf jaar) van plan is om het stelsel te vervangen, is het in de meeste gevallen niet doelmatig te investeren in maatregelen tegen foutaansluitingen. Bij voorkeur wordt dan gewacht op vervanging.

Vele smaken
Als niet gewacht kan worden op vervanging moet als derde stap de afweging gemaakt worden tussen een 'bronaanpak' (het opsporen en verhelpen van foutaansluitingen) en 'mitigerende maatregelen' waarbij een end-of-pipe oplossing de gevolgen van foutaansluitingen wegneemt. De ervaring leert dat het opsporen en verhelpen van foutaansluitingen tussen de € 10 en € 15 per meter riool kost. Ingeschat is dat voor de gemiddelde (rest)levensduur van hemelwaterstelsels het opsporen tweemaal nodig is omdat door verbouwingen weer nieuwe foutaansluitingen zullen ontstaan. Dat geeft het besliscriterium: als mitigerende maatregelen méér dan € 25 per meter riool kosten, is het opsporen en verhelpen van foutaansluitingen op de lange termijn doelmatiger. Mitigerende maatregelen zijn er in vele smaken. Het bij de uitlaat aanbrengen van een lokale zuivering zou een goede optie zijn, maar een geschikte (en betaalbare) zuiveringstechniek is vooralsnog niet voorhanden. Een veel toegepaste maatregel is ombouw naar VGS (Verbeterd Gescheiden Stelsel) of gemengd stelsel. In beide gevallen geldt de verhoogde afvoer van neerslag en rioolvreemd water naar de rwzi als belangrijk nadeel. Een nieuwe optie is het VGS 2.0-concept. Een VGS 2.0 voert het afvalwater van foutaansluitingen af naar de rwzi, terwijl het regenwater (en het rioolvreemde water) lokaal wordt geloosd.
Het opsporen van foutaansluitingen is niet eenvoudig en daarmee niet goedkoop. Bij grote gebieden (> 3 km hemelwaterriool) loont het om het gebied af te pellen naar kleinere eenheden. Een methode om af te pellen is het plaatsen van geleidbaarheidssensoren op een aantal strategische plaatsen om zo te bepalen in welk deel van het stelsel de foutaansluitingen aanwezig zijn. Het opsporen kan dan beperkt worden tot dat deel. De vijfde stap is de afweging tussen onderzoekstechnieken. DTS is de enige techniek die foutaansluitingen goed kan opsporen vanuit het riool zonder medewerking van bewoners door temperatuurverschillen vast te stellen. Gezien de opstartkosten van DTS is dit aan te bevelen voor hemelwaterstelsels met lengtes vanaf 1 km. Voor kleinere gebieden krijgen technieken op perceelsniveau de voorkeur, waaronder Riosonic, tracerproeven met kleurstof, rooktesten en video-inspecties met duwcamera.

Verhelpen foutaansluitingen
Na onderzoek met DTS of een andere techniek kan het type foutaansluiting vastgesteld worden. Er zijn drie mogelijkheden:
Type 1: foutieve verbinding tussen hemelwater- en vuilwaterstelsel;
Type 2: compleet verwisselde huisaansluiting;
Type 3: fout in de binnenhuisriolering.
Foutaansluitingen type 1 en 2 worden altijd verholpen vanwege hun grote invloed op het functioneren van het rioolstelsel. Het verhelpen is relatief eenvoudig omdat het verwisselen van twee leidingaansluitingen op openbaar terrein volstaat. Foutaansluitingen type 3 moeten in principe ook worden verholpen, tenzij er een goede reden is om dit niet te doen. Soms blijkt een forse en kostbare ingreep nodig (door bewoners) om het afvalwater alsnog op de vuilwaterleiding te kunnen lozen. Een doelmatigheidsafweging ('wegen de kosten van de ingreep op tegen de verwachte milieuwinst?') is dan geboden.
De SAF beschikt met de beslisboom over een hulpmiddel dat niet alleen structuur geeft aan de omgang met foutaansluitingen, maar dat ook via de 'vinger aan de pols' het actief beheer van hemelwaterstelsels stimuleert.

Cornelis de Haan, Jeroen Langeveld en Rémy Schilperoort werken bij Partners4UrbanWater; Christophe Meijer werkt bij de gemeente Urk en Arjo Hof werkt bij de gemeente Almere - ze zijn beiden betrokken bij SAF.

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.

Zoeken

Direct met ons in contact?

Adverteren in ons blad of op de website? 
Neem contact op met Frank van Gils
tel.: 06-53 88 82 66
e-mail: f.gils@bdu.nl

Een artikelidee voor de redactie?
Neem contact op met Teus Molenaar
tel.: 06-51578447
e-mail: tmlandenwater@gmail.com 

Advertenties