Afsluiting

Officieel is dit mijn laatste commentaar namens de redactie van het vakblad Land+Water. Ik ben op 1 mei met (pre)pensioen gegaan. Na een werkzaam leven van 42 jaar, waarvan 24 jaar bij de redactie van dit mooie tijdschrift, al zeg ik het zelf, is de tijd gekomen om het stokje over te dragen aan iemand anders… De vraag is wie zich daartoe voelt aangeroepen, want de juiste persoon, man of vrouw, heeft zich helaas nog niet gemeld. De functie van redacteur en tevens hoofdredacteur van een vakblad zoals Land+Water is een prachtig tijdverdrijf. Ik heb eens iemand over journalistiek horen zeggen dat dit geen vak is maar een manier van leven. En zo heb ik dat zelf ook ervaren. Het werk van een vakredacteur is heel wat anders dan de praktijk van een technicus, zoals civiel ingenieur of weg- en waterbouwer. Het is niet met elkaar te vergelijken. Ik heb als oud-techneut indertijd de stap naar de vakbladenjournalistiek gezet, omdat ik toe was aan iets geheel anders dan techniek. Ik heb er nooit een minuut spijt van gehad, hoewel er wel momenten zijn geweest dat ik naar de bouwkeet terugverlangde. Maar ik kan niet anders zeggen dan dat ik het maken van een vakblad altijd met heel veel plezier heb gedaan. Anders kun je het niet 24 jaar volhouden. Belangrijk is dat je het werk leuk vindt. En natuurlijk zijn er dagen dat je behoorlijk de pest erin kunt hebben. Zoals wanneer je met spanning op de levering van de kopij van een interessant artikel wacht en dit om de een of andere reden aan je neus voorbijgaat of veel te laat binnenkomt. En sommige voorlichters kunnen heel goed zijn in het frustreren van je werk. Of niet te vergeten de deskundige die jij interviewt en die het zo nodig vindt om ongevraagd je tekst van a tot z te redigeren. Dan wel het gestoei met je uitgever over bezuinigingen, die de omvang van je blad beperken of de redactionele formule aantasten, waarvan je dan weer slapeloze nachten overhoudt... Maar dit zijn van die bedrijfsongemakken die je toch ook weer snel vergeet op het moment dat jouw blad op tijd bij de lezers in de brievenbus valt. Ik durf bijna wel met zekerheid te zeggen dat wij als redactie van Land+Water vrijwel altijd op tijd zijn uitgekomen. Of het nu de eerste jaren bij uitgeverij Johan Janssen in Oisterwijk was, later bij VNU Business Publications in Amsterdam/Haarlem en Reed Business Information in Doetinchem of – de laatste zeven jaar – Koninklijke BDU Uitgevers in Barneveld: het was en is onze sport om stipt volgens planning aan de drukkerij te leveren.
Land+Water is eigenlijk vanaf het begin, in de vorige eeuw direct na de watersnood in 1953, altijd een uniek magazine geweest en vooral ook gebleven. De formule bestrijkt alle vakgebieden van de, economisch zo belangrijke, sector grond-, water- en wegenbouw. Ik durf wel te stellen dat wij in deze wereld het eerste praktijkblad waren en nog zijn dat de weg- en waterbouwers ook zelf interviewt en hun meningen en verhalen optekent over hun onderzoek, ontwerp, uitvoering en nieuwe technieken of producten. Land+Water heeft wat dat betreft voor een doorbraak gezorgd in het medialandschap van de bouwvakbladen in Nederland. Voor mijn persoon komt hieraan voorlopig een einde. En ik sluit hiermee met grote voldoening mijn werk voor Land+Water af.

Bas Keijts, hoofdredacteur
b.keijts@bdu.nl


Ga terug naar het overzicht

t