Boezembrug krijgt vorm

Actueel
Bruggen & viaducten 
‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Onlangs zijn de eerste zeven van in totaal 42 betonnen liggers geplaatst bij de Boezembrug in de nieuwe N200. Dit is een project van waterschap Amstel Gooi en Vecht, Waternet, Rijkswaterstaat en gemeente Amsterdam om het verkeer door Halfweg te ontlasten.

Elke van de kokervormige liggers is 1.48 meter breed en 1.35 meter hoog. De lengte varieert. De kortste is 24 meter en weegt 73 ton en de langste ligger is 47 meter en weegt 138 ton. De liggers zijn met speciaal konvooi naar Halfweg gebracht en met twee hijskranen een voor een op de steunpunten gelegd. Het is een beproefde manier van werken; zo ging het ook in 1925 toen de huidige Boezembrug in Halfweg werd gebouwd. Wethouder Marja Ruigrok en Nienke Bagchus, directeur Netwerkmanagement van Rijkswaterstaat waren bij dit moment aanwezig, aldus het bericht op Waternet.nl. Wethouder Marja Ruigrok: “Je kan wel zien waarom wij in Nederland zo goed zijn in het letterlijk en figuurlijk bruggen bouwen! Wat een spectaculair gezicht was het om de eerste liggers te zien landen op de nieuwe brugpijlers. Geweldig dat Halfweg nu eindelijk aan een nieuw hoofdstuk kan beginnen.” Ook Nienke Bagchus reageerde enthousiast: “Het was een mooi en historisch moment om gisteravond bij te wonen. Fantastisch dat nu de contouren van de nieuwe brug zichtbaar zijn en dat papier werkelijkheid wordt.”
EéN200 werkt van west naar oost en heeft het werk in drie velden verdeeld. In ieder veld worden in totaal veertien liggers geplaatst. Als alles volgens planning verloopt wordt veld 2 in week 7 gelegd en het laatste veld in week 10. Vervolgens wordt de brug vanaf de liggers verder opgebouwd. 

Boezembrug

De N200 loopt via de Boezembrug dwars door Halfweg en is een onmisbare schakel in de doorstroming van het verkeer tussen Amsterdam en Haarlem. De nieuwe brug krijgt een scherpere bocht, het verkeer rijdt er straks langzamer, er komt een uitkijkpunt en er is veel ruimte voor fietsers en voetgangers. Daarmee past hij beter bij het dorpse karakter van Halfweg.