header

donderdag, 07 maart 2019 10:16

De eerste circulaire weg in Nederland

Het concept, ‘van bezit naar gebruik’ waarbij je betaalt voor een dienst en niet meer voor een object, is aan een enorme opmars bezig. Niet alleen onder consumenten, maar ook bij samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven. Zo heeft Dura Vermeer de ‘circulaire weg’ geïntroduceerd.

Er ontstaan steeds meer initiatieven waarbij opdrachtgevers de ruimte bieden aan opdrachtnemers voor duurzame ontwikkelingen. Hoe verloopt deze ontwikkeling in de bouwsector? Zoals elk product heeft ook een weg een natuurlijke levensloop. De weg wordt aangelegd, beheerd en na verloop van tijd weer vervangen of verwijderd.
Momenteel legt een eerste bouwer een weg aan, een tweede onderhoudt die, en een derde verwijdert die weer, na jaren. In het algemeen is de eerste bouwer nog niet zo bezig met restmaterialen en onderhoud. Bouwer twee heeft juist baat bij veel onderhoud. Het resultaat: onnodige kosten en sneller vervanging van het asfalt dan nodig. Pas in de laatste fase wordt rekening gehouden met de restwaarde van de materialen. Dit is raar, want bij het ontwerp van de weg zou hier al aandacht voor moeten zijn. De circulaire levensloop van een weg is dus nu een aaneenschakeling van lineaire processen. Met verschillende partijen, verschillende opdrachten en verschillende belangen. Dit moet en kan anders.

Economische innovaties
Het is broodnodig dat de bouwsector verduurzaamt. Anders kunnen landelijke duurzaamheidsdoelstellingen niet worden behaald. Als deze sector zuiniger om gaat met grondstoffen, en circulair gaat werken, dan kan zij hieraan een heel belangrijke bijdrage leveren. De afgelopen jaren zijn er veel technologische innovaties geïntroduceerd op de markt, die ervoor hebben gezorgd dat asfaltwegen langer meegaan, materiaalgebruik reduceert en wegen steeds stiller worden.
Dit zijn hele waardevolle verbeteringen, maar om de branche echt te verduurzamen, zijn economische innovaties cruciaal. Maar dat vraagt om verandering en hoe voer je zulke significante veranderingen door in een sector die reactief en op projectbasis werkt?

Kijk goed naar jezelf
Circulair werken vereist in de eerste plaats een proactieve houding van de bouwsector. Als het op duurzaamheid en circulariteit aankomt, wijst de bouwsector graag naar opdrachtgevers. ‘Als we duurzamer moeten bouwen, dan moeten opdrachtgevers hun uitvraag maar aanpassen.’ Dit geldt vooral voor infrabedrijven, die afhankelijk zijn van aanbestedingen van een aantal grote, publieke opdrachtgevers, met lage marges en strakke richtlijnen. Opdrachtgevers krijgen waar ze om vragen, terwijl inhoudelijke kennis van circulariteit en duurzaamheid in de sector zelf blijft. Als bouwers dat nou eens om zouden draaien: de sector nemen zoals hij is en naar zichzelf kijken. Hoe gaan zij dan om met duurzaamheid? Wat kunnen zíj veranderen, zodat ze echt duurzaam bouwen? De kennis en expertise ligt immers bij hen. Bouwbedrijven zouden opdrachtgevers meer moeten adviseren over hoe het duurzamer kan, in plaats van hun wensen klakkeloos uit te voeren. Naast deze zelfreflectie is het ook belangrijk dat bouwbedrijven proactief opdrachtgevers opzoeken, ook als er nog geen tender te winnen is. Praat met elkaar over wat mogelijk en haalbaar is. Door binnen de bouwsector proactief met elkaar de dialoog aan te gaan, kunnen er nieuwe manieren bedacht worden om beter samen te werken, waarin iedere partij maximale toegevoegde waarde levert en er gezamenlijk duurzame resultaten worden neergezet.

Nieuwe economisch modellen
Dura Vermeer, één van de grootste bedrijven in de bouw, is bezig om deze verandering in de bouwsector in gang te zetten. Dit familiebedrijf is bezig om een partnerprogramma neer te zetten dat de markt gaat transformeren naar een circulaire economie, waarbij niet langer bezit, maar juist het gebruik centraal komt te staan. Zo is bijvoorbeeld De Circulaire Weg geïntroduceerd, een nieuw economisch model, waarbij het gebruik van de weg centraal staat.
De bouwer zorgt voor de weg en de opdrachtgever betaalt voor de beschikbaarheid ervan. Hiermee is de bouwer óók verantwoordelijk voor de grondstoffen. Zo wordt de bouwer gestimuleerd om bij het ontwerp, de aanleg én het onderhoud rekening te houden met een zo lang mogelijk op waarde houden van de materialen, zodat deze ook aan het einde van de levensduur van de weg opnieuw hoogwaardig kunnen worden ingezet. De Circulaire Weg is een stap naar een volledig circulaire economie en bereikt het beste resultaat voor de weggebruiker, opdrachtgever en onze natuurlijke omgeving.

Case in Overijssel
De weg wordt dus een dienst, net zoals licht een dienst is bij de samenwerking tussen Schiphol en Philips. Dura Vermeer wil op deze manier de spelregels veranderen door te focussen op het leveren van een dienst in plaats van het realiseren van een project.
Een mooi voorbeeld is de nieuwe samenwerkingsvorm tussen de provincie Overijssel en het infrabedrijf. Het beheer van de N739 in Overijssel wordt anders dan andere wegen in Nederland: de provincie gaat niet meer betalen voor de weg zelf, maar slechts voor de mogelijkheid er vlot overheen te kunnen rijden. Het gaat om een stuk van de N739 van Haaksbergen naar Hengelo, vanaf de aansluiting van de A35 tot aan de bebouwde kom in Hengelo. Dit stuk asfalt kan hierdoor de meest ‘circulaire weg’ van Nederland worden.
Dura Vermeer gaat via deze proef onderzoeken of zij de dynamiek van de levensloop van een weg kan veranderen. De bouwer wil pionieren met een model waarbij ze alle stappen van de levensloop op zich neemt en dus ook verantwoordelijk wordt voor hergebruik. Daardoor krijgt Dura Vermeer bij het ontwerp en de aanleg, maar ook bij het beheer, belang bij recycling van materiaal en komt de circulaire economie ook in de wegenbouw een grote stap dichterbij.
Samen met de provincie Overijssel verwacht Dura Vermeer dat de proef, wanneer die een succes blijkt, een werkwijze kan opleveren die vooral geschikt is voor provinciale en lokale wegen in Nederland, dus voor gemeentes en provincies. Maar eerst moeten de kinderziektes in deze nieuwe manier van werken worden opgespoord. Bijvoorbeeld door in de praktijk een flexibel rekenmodel op te tuigen bij vragen als: Hoe bepaal je de restwaarde van de materialen van een weg, decennia voordat je deze weer verwijdert? Want wat als de prijs van bitumen, één van de grondstoffen voor asfalt, op de wereldmarkt ineens daalt?

Verlichting als dienst
Een ander voorbeeld is de N279 tussen Den Bosch en Veghel. Hier loopt sinds half februari Lumi-us, een proef in de infrastructuur die nieuw is in Nederland. Dura Vermeer en Hoeflake Infratechniek hebben van de provincie Noord-Brabant de verantwoordelijkheid gekregen over de verlichting langs de weg. De al geplaatste lichtmasten zijn dan niet meer eigendom van de provincie, zoals gebruikelijk is in Nederland.
Binnen deze pilot onderzoeken de twee betrokken bedrijven of zij door aan de knoppen te draaien een duurzamer, innovatiever en veiliger resultaat kunnen bereiken. De twee bedrijven gaan, door flexibeler om te gaan met de lichtbron en maatwerk te leveren, op kleine schaal ervaren wat de meerwaarde is. Zo wordt onder andere onderzocht of de onderhoudskosten en de energierekening lager uitvallen en of deze manier van beheer bijdraagt aan een duurzamer Nederland.
Concreet gaat het om meer dan 400 lantaarnpalen langs de zeventien kilometer tussen de A2 en de A50, tussen ’s-Hertogenbosch en Veghel. Die lantaarns zijn in principe eigendom van Dura Vermeer en Hoeflake. Het pilotproject duurt een jaar. Daarna wordt geëvalueerd of het een succes was.

Markttransformatie
De genoemde cases laten zien dat, naast technische innovaties, ook economische innovaties een essentiële bijdrage leveren in de transformatie van de bouwsector naar een circulaire economie. De dialoog aan gaan, project overstijgend denken en opgedane kennis en ervaring over duurzaamheid en circulariteit delen, zijn cruciaal om de transformatie naar een circulaire economie succesvol te laten verlopen.

Karlijn Mol is manager Duurzaamheid en Frank van der Flier is communicatieadviseur (beiden bij Dura Vermeer).

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.

Zoeken

Direct met ons in contact?

Adverteren in ons blad of op de website? 
Neem contact op met Frank van Gils
tel.: 06-53 88 82 66
e-mail: f.gils@bdu.nl

Een artikelidee voor de redactie?
Neem contact op met Teus Molenaar
tel.: 06-51578447
e-mail: tmlandenwater@gmail.com 

Advertenties