header

maandag, 08 april 2019 08:40

IFD: duurzaamheid en efficiëntie in het bruggenbeheer

In de komende jaren is er een omvangrijke vervangingsopgave van beweegbare bruggen, vanwege technische veroudering en toegenomen maatschappelijke eisen. Ruim de helft van de bruggen bij decentrale overheden is gebouwd tussen 1950 en 1970 en is inmiddels niet meer toegerust voor de toegenomen mobiliteit. IFD-principes bieden de helpende hand.

Aangezien beweegbare bruggen in ons land veelal belangrijke schakels in de netwerken van wegen en waterwegen zijn, veroorzaken werkzaamheden aan bruggen vaak veel overlast voor het verkeer en de omgeving. Tegelijkertijd komen er nieuwe eisen op de infrastructuur af op het gebied van duurzaamheid, circulariteit en klimaatbestendigheid. De vervangingsoperatie zal daarom veel vragen van het innovatief vermogen bij marktpartijen en infrastructuurbeheerders.
Bij innovatieve oplossingen gaat het om de ontwikkeling van nieuwe producten en daarnaast in belangrijke mate ook door vernieuwende samenwerking tussen infrabeheerders en marktpartijen. De toepassing van IFD-principes (Industrieel, Flexibel en Demontabel bouwen) maakt duurzaam en efficiënt bruggenbeheer mogelijk waarbij substantiële maatschappelijke winsten kunnen worden behaald.

Kostenbesparingen
De provincie Noord-Holland heeft het voortouw genomen bij deze vernieuwingen en heeft het EIB gevraagd om een eerste verkenning van de kosten en baten uit te voeren van het bouwen en vervangen van beweegbare bruggen volgens IFD-principes. Deze kosten en baten zijn vergeleken met ‘traditionele’ uitvoeringsmethoden die veelal een uniek ontwerp vragen en waarbij nog relatief standaardisatie plaatsvindt. Bij de analyse hebben we de in 2015 opgeleverde Stolperophaalbrug als referentieproject genomen.
In de analyse van kosten en baten is een aantal kenmerken van bruggen relevant. Een eerste kenmerk is dat beweegbare bruggen veelal een belangrijke verkeersfunctie hebben, vooral in het geval van bruggen in provinciale wegen en vaarwegen. Beperking van verkeershinder speelt hierdoor een grote rol in de uitvoering van bouw- en onderhoudswerkzaamheden. Een tweede kenmerk is dat beweegbare bruggen soms in dicht bebouwd gebied met een complexe omgeving liggen. Vervanging van een brug kan hierdoor niet altijd op een andere plek plaatsvinden. De bestaande onderbouw zal daarbij moeten worden benut. Een derde kenmerk van bruggen is dat deze vaak een esthetische rol vervullen. Het ontwerp van de brug wordt daarbij bijvoorbeeld ingepast in de bestaande omgeving of moet juist een unieke uitstraling hebben.

Typen kosten
In de verkenning van kosten en baten hebben we gekeken naar drie typen kosten: bouw- en onderhoudskosten, kosten van verkeershinder en milieukosten.
In de eerste plaats de kosten van nieuwbouw of vervanging van de brug en het onderhoud in de gebruiksfase. Voor de verschillende onderdelen van de brug (zoals het vaste deel, de superstructuur en het bewegingswerk) hebben we een inschatting gemaakt van de besparingen die mogelijk zijn bij de toepassing van IFD-principes, op basis van interviews en bevindingen uit de internationale literatuur. Het besparingspotentieel loopt sterk uiteen voor de verschillende kostencomponenten. Met name de engineeringkosten en de kosten van bewegingswerk en aandrijving kunnen 30 tot 40 procent lager uitvallen. Bij de vaste delen van bruggen (fundering, kolommen) lijken de besparingen op de levensduurkosten vooralsnog beperkt. Stroomlijning van het hele proces van voorbereiding tot beheer van bruggen vermindert daarbij de faalkosten. Een grotere mate van prefabricage en standaardisatie van elementen verlaagt de bouw- en onderhoudskosten (levensduurkosten) van bruggen naar schatting in totaal met 7 tot 14 procent. Om de besparingen te kunnen realiseren, zal deze methode uiteraard op meerdere bruggen moeten worden toegepast.

Verkeershinder
In de tweede plaats hebben we de kosten van verkeershinder in beeld gebracht. Gezien de belangrijke positie van bruggen in de verkeersinfrastructuur, levert het beperken van verkeershinder maatschappelijke voordelen op. In de bouwfase levert een grotere toepassing van prefabricage en standaardisatie (bijvoorbeeld van de onderbouw) een sterke verkorting van de bouwtijd op. Verkeer hoeft daardoor minder lang om te rijden, wat in het geval van provinciale omleidingsroutes een flinke besparing oplevert. De kosten van verkeershinder kunnen bij IFD-bouwen met circa 15 procent worden teruggedrongen.
Dit komt overeen met de ervaringen uit de Verenigde Staten waar programma’s als Accelerated Bridge Construction substantiële maatschappelijke baten laten zien. Ook in de gebruiksfase draagt IFD bij aan hinderbeperking. Door de hogere aanvangskwaliteit van de gestandaardiseerde onderdelen treden in de gebruiksfase minder storingen op. Daarnaast leidt een grotere standaardisatie van onderdelen ertoe dat bij calamiteiten (bijvoorbeeld aanvaring van een brug) de stremmingsduur sterk wordt verkort.

Milieueffecten
In de derde plaats hebben we gekeken naar de milieueffecten. In het verkennende onderzoek ging het vooral om de milieubaten van minder CO2-emissies. Deze zijn gerelateerd aan de afname van de verkeershinder, zodat deze baten ook ongeveer 15 procent bedragen. In een vervolgfase zal hiernaast moeten worden gekeken naar de milieueffecten van veranderingen in het materiaalgebruik bij IFD-principes.
Vooral in een stedelijke omgeving, maar ook daarbuiten, is de beeldkwaliteit voor opdrachtgevers vaak een belangrijke eis bij beweegbare bruggen. Standaardisatie zou daarom in eerste instantie kunnen worden gericht op de niet-zichtbare onderdelen van een brug, op onderdelen die minder gevoelig zijn voor esthetiek zoals de aandrijving, de draaipunten en het betonwerk van het vaste deel, en bij bruggen waar beeldkwaliteit minder belangrijk wordt geacht. Een globale indicatie is dat bij het overgrote deel van de bruggenopgave een grotere mate van IFD-bouwen kan worden toegepast.

Vernieuwende samenwerking
Om de potentiële maatschappelijke winsten te kunnen realiseren, zijn veranderingen nodig in de wijze waarop projecten worden voorbereid, aanbesteed, uitgevoerd en beheerd. Belangrijk in relatie tot de bruggenopgave is dat een vroegtijdige betrokkenheid van de marktpartijen de optimalisatie van zowel de technische opgaven (zoals standaardisatie) als de maatschappelijke vraagstukken (zoals hindervrij bouwen) dichterbij brengt.
Hierbij zal nog een evenwicht moeten worden gevonden tussen de ontwikkeling naar functionele specificatie en de noodzaak om cruciale elementen van de brug voor te schrijven. Ook zal het aanbod op de markt aansluiting moeten vinden bij de kenmerken van IFD-bouwen. Om marktperspectief te creëren en bedrijven te kunnen laten innoveren, is een programmatische aanpak van de toekomstige bruggenopgave nodig. Infrabeheerders als provincies, gemeenten en waterschappen zullen hierin samenwerken.
Met de verkenning van kosten en baten is een eerste stap gezet. De samenwerking op dit dossier van de provincie Noord-Holland, marktpartijen en kennisinstellingen is recent genomineerd in de categorie ‘Vernieuwende samenwerking’ voor de tweejaarlijkse Innovatieprijs van de Infratechbeurs. Een volgende stap is nu om de mogelijkheden voor verdere opschaling in beeld te brengen.

Paul Groot is projectcoördinator Infrastructuur en Aanbesteden bij het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB).

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.

Zoeken

Direct met ons in contact?

Adverteren in ons blad of op de website? 
Neem contact op met Frank van Gils
tel.: 06-53 88 82 66
e-mail: f.gils@bdu.nl

Een artikelidee voor de redactie?
Neem contact op met Teus Molenaar
tel.: 06-51578447
e-mail: tmlandenwater@gmail.com 

Advertenties