header

dinsdag, 09 juli 2019 08:36

‘Onze duurzame transitie begint nu!’

Een klimaatneutrale en circulaire infra is speerpunt bij Rijkswaterstaat en het ministerie van I&W; ook voor bruggenbouw. Duurzame oplossingen in projecten moeten eenvoudiger gerealiseerd worden om in 2030 CO2-, energie- en klimaatneutraal te zijn. Joost van de Beek, programmamanager Duurzaam Aanleg & Onderhoud (A&O), en Gerwin Schweitzer, adviseur Duurzaam A&O, vertellen waar zij mee aan de slag gaan.

Duurzaamheid gaat niet om vinkjes zetten. Centraal staat de vraag hoe duurzaamheid een integraal onderdeel van projecten kan worden. Om dat te bereiken is het noodzakelijk om duurzame innovaties en initiatieven van marktpartijen te waarderen. Maar ook om uit te leggen hoe Rijkswaterstaat dat waardeert en waaróm Rijkswaterstaat het gebruik van bepaalde rekeninstrumenten zo belangrijk vindt.
“DuboCalc en de CO2-prestatieladder passen we al toe sinds 2010 en 2012, maar we moeten beter uitleggen wat we daarmee willen bereiken”, aldus Schweitzer. “De koppeling tussen het instrumentarium en onze doelen moet duidelijker worden. Dat zijn we nu concreter aan het maken: Als I&W in 2030 klimaatneutraal wil zijn, wat betekent dat dan voor nu en hoe helpen DuboCalc en de CO2-prestatieladder ons daarbij? Maar we moeten ook duidelijker maken wat de meerwaarde is, wat we al bereikt hebben. Wij hebben voor meer dan 6 miljard euro aanbesteed met Dubocalc en dat heeft een Milieu Kosten Indicator (MKI)-besparing van 25 tot 75 procent opgeleverd ten opzichte van referentieontwerpen. Wat er daadwerkelijk is bespaard, is vaak moeilijk te zeggen want referentieontwerpen worden nooit gerealiseerd. Het geeft echter mooie stappen op weg naar klimaatneutraal en circulair werken.”
Van de Beek vult aan: “Een concreter voorbeeld is de Afsluitdijk. Daar stimuleerde het duurzaam uitvragen het uiteindelijk winnende consortium Levvel om met de zogenoemde Levvel-blocs te komen. Een duurzame variant op de meer gebruikelijke X-blokken. Dankzij de bijzondere vorm van de blokken is minder beton nodig. Dat zorgt voor 56 procent minder CO2-uitstoot. Dat was voor het consortium een belangrijke troef bij het winnen van de opdracht.”

Innoveren en uniformeren
“Op basis van de ervaringen van afgelopen jaren hebben we de DuboCalc-methodiek kunnen verbeteren”, aldus Schweitzer. “Nu is het belangrijk dat we uniformiteit aanbrengen en breder gaan toepassen. We hebben kunnen innoveren; nu moeten we gaan uniformeren, zodat we het kunnen opschalen, productie draaien.”
Van de Beek: “We hebben een concreet stappenplan nodig waarin wordt beschreven wat we de komende jaren gaan doen om de doelen van 2030 samen met de markt te halen. Als innovaties het behalen van duurzaamheidseisen eenvoudiger maken, zullen we weer scherpere eisen stellen ten aanzien van duurzaamheid. De innovatie van vandaag is de standaard van morgen. We moeten ook voor de stip op de horizon zorgen. Wat verwachten we over vijf à tien jaar?”

Lange termijn begint nu
Een voorbeeld van deze concretisering is de ‘position paper wegverharding’. Hierin wordt de vertaling gemaakt naar wat er moet gebeuren om in 2030 klimaatneutraal en in 2050 volledig circulair te werken. Schweitzer: “Dat heeft best verstrekkende gevolgen, zowel voor de markt als voor Rijkswaterstaat. Het betekent bijvoorbeeld dat we asfalt langer willen laten liggen en op termijn waarschijnlijk een wegdek van andere materialen nodig hebben. Dit vraagt dat we nu moeten investeren in andere oplossingen, verduurzaming, een betere asfaltkwaliteit en in levensduur verlengend onderhoud.”
Van de Beek: “Duurzaamheid staat nooit op zichzelf. Bij asfalt staat het bijvoorbeeld op gespannen voet met het beperken van hinder. Om hinder te verminderen leggen we asfalt nu meestal ’s nachts aan. Maar als je wilt dat asfalt langer meegaat, moet je het onder optimale omstandigheden aanleggen. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat het overdag en in een langer tijdsbestek gelegd moet worden. De impact daarvan op korte termijn is groot en vraagt om wendbaarheid. Niet alleen van ons, maar ook van onze omgeving.”

Duurzaamheid in de keten
Pas in de uitvoeringsfase bekijken op welke manier duurzaamheid onderdeel kan zijn van het project, is te laat. Volgens Van de Beek en Schweitzer moet de hele keten verduurzaamd worden, zodat duurzaamheid in de beginfase van een project als eis meegenomen kan worden. Van de Beek: “Een project begint met een besluit in Den Haag. Daar moet duurzaamheid al op de agenda staan, zodat we niet pas op het moment dat een project bij Grote Projecten en Onderhoud (GPO) terechtkomt, kunnen kijken wat we nog duurzaam kunnen inkopen. Daarom ben ik blij dat duurzaamheid in alle managementcontracten van Rijkswaterstaat een focuspunt is.”
Schweitzer: “Nu duurzaamheid een organisatiebreed focuspunt is, proberen we het binnen de scope van projecten te krijgen. Duurzaamheid moet geen ding zijn dat we er zelf bij bedenken, maar iets waar expliciet om wordt gevraagd, bijvoorbeeld ‘Leg een duurzame weg aan’. Zo’n opdrachtformulering zorgt voor voldoende prioriteit voor duurzaamheid in de belangendiscussie, die nu vooral over kosten en tijd gaat.”

Heb ’t lef!
Mogelijkheden om duurzame oplossingen toe te passen in een project zijn er altijd. Kijk maar naar de Gaasperdammertunnel, waar het projectteam aan de slag is gegaan met lichter gekleurd asfalt zodat bespaard kan worden op verlichting. In het begin is het knokken om zoiets voor elkaar te krijgen, maar het resultaat en de waardering die daarop volgen, zijn geweldig.
Schweitzer: “Er zijn altijd mogelijkheden om meer te doen met duurzaamheid, ook als jouw project geen duurzaamheidsdoelstelling heeft meegekregen. Het vraagt om lef, maar als we goed samenwerken en wendbaar zijn is heel veel mogelijk.”

Joost van de Beek is projectmanager Afsluitdijk en programmamanager Duurzaam Aanleg & Onderhoud; Gerwin Schweitzer is senior adviseur duurzaam Aanleg en Onderhoud (beiden bij Rijkswaterstaat).

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat u de verplichte (*) velden invult waar dit is aangegeven. HTML code is niet toegestaan.

Zoeken

Direct met ons in contact?

Adverteren in ons blad of op de website? 
Neem contact op met Frank van Gils
tel.: 06-53 88 82 66
e-mail: f.gils@bdu.nl

Een artikelidee voor de redactie?
Neem contact op met Teus Molenaar
tel.: 06-51578447
e-mail: tmlandenwater@gmail.com 

Advertenties