Graverij van bevers en dassen aan banden leggen

Graverij van bevers en dassen aan banden leggen

Bevers en dassen zijn nuttige dieren. Hun gegraaf is wat minder. Daarom zijn waterschappen heel druk bezig om graverij in waterkeringen te beheersen en oplossingen te vinden. Onder meer met een landelijk protocol. Want het is mogelijk om samen te leven met bevers en dassen.

Graverij van bevers en dassen aan banden leggen

Sinds de herintroductie van de bever in 1988 is de populatie in Nederland sterk gestegen. Inmiddels wordt het aantal geschat op meer dan vijfduizend exemplaren. De bever heeft zich in de meeste provincies gevestigd, in grote en kleine watersystemen. Daarbij bestaat de verwachting dat de omvang van de beverpopulatie de komende jaren nog sterk gaat toenemen. Inmiddels zijn er ook zo’n zesduizend dassen in Nederland.

Graverij van bevers en dassen aan banden leggen

De bevers en dassen leveren een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit, kunnen helpen bij het bergen van water, binden van CO2 en mogelijk ook bij het filteren van stikstof. Maar ondanks de positieve bijdrage veroorzaken ze ook problemen, bijvoorbeeld bij dijken en spoortaluds. De laatste jaren is de schade in waterkeringen en in (spoor)wegtaluds door bevers en dassen aanzienlijk toegenomen. Deze problematiek zal de komende jaren door de populatiegroei, verder toenemen. Daarmee nemen de risico’s voor de waterveiligheid en veilig werken toe.

Graverij van bevers en dassen aan banden leggen

Organisatorische invloed

Naast de fysieke impact van bevers en dassen op de veiligheid van waterkeringen, hebben ze ook organisatorische invloed op de waterschappen. Het aantal uren en euro’s dat waterschappen besteden aan het herstellen en voorkomen van graverij door dassen en bevers is de afgelopen jaren drastisch gestegen. Met name preventieve maatregelen – zoals het aanbrengen van gaas of stalen damwanden om graverij te voorkomen – zijn dure ingrepen, die noodzakelijk zijn om de veiligheid te kunnen borgen. Daarnaast leveren beverholen gevaarlijke situaties op tijdens reguliere beheer en onderhoudswerkzaamheden. Je ziet ze niet en je stapt er snel in, of er zakt een maaimachine in weg. Hiermee komt het veilig werken in het geding.

Samen met bevers en dassen

Het uitgangspunt van de waterschappen is helder: bevers en dassen horen thuis in het Nederlandse landschap en hebben, ondanks de knelpunten met de waterveiligheid en in het watersysteem, een positief effect op de biodiversiteit en het landschap. De centrale vraag is dus vooral hoe we kunnen leren samenleven. Waterschappen zijn volop bezig om dit vorm te geven. Vaak worden hier meerdere sporen voor bewandeld. Het is namelijk van belang schade aan waterkeringen zo snel mogelijk te herstellen (reactief), maar ook om de waterkeringen voor de toekomst bestand te laten zijn tegen graverij (proactief).

Het reactieve spoor omvat vooral inspecties; indien graverij wordt gesignaleerd wordt er conform een protocol gehandeld om de dieren weg te krijgen. Wanneer de bevers of dassen weg zijn, kunnen waterbeheerders de waterkering herstellen. Een uitdaging hierbij is het opsporen van beverholen. De ingangen van de holen liggen namelijk onder de waterlijn en zijn daardoor moeilijk vindbaar. Er is nu nog geen methode beschikbaar die 100 procent garantie biedt om een beverhol te vinden. De Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) werkt samen met waterschappen, Rijkswaterstaat, ProRail en kennisinstituten aan het vinden van een sluitende methode. Beverholen worden nu veelal aangetroffen door visuele inspectie op locaties waar beversporen te zien zijn zoals knaagsporen, ingezakte holen of bij laag water.

Inrichtingsmaatregelen graverij

Het doel van het proactieve spoor is om de omgeving zo in te richten, dat bevers en dassen in hun eigen territorium kunnen blijven, met minder risico voor de waterveiligheid. Op dit moment wordt onderzoek gedaan naar de territoria van bevers en dassen langs de primaire en regionale keringen en de inrichtingsmogelijkheden. Op verschillende locaties, bijvoorbeeld in dijkversterkingsprojecten, worden deze inrichtingsmaatregelen nu en in de toekomst toegepast. Het bever- en dasbestendig inrichten van de waterkeringen zal nog zeker enkele tientallen jaren nodig hebben, gezien de omvang van het aantal waterkeringen. Waterkeringen die de komende jaren worden verbeterd, kunnen relatief gemakkelijk bever- en dasbestendig worden gemaakt. Bij waterkeringen die al zijn verbeterd of niet verbeterd hoeven te worden, is het aanbrengen van bever- en daswerende voorzieningen extra gecompliceerd.

Er zijn meerdere type preventieve maatregelen mogelijk, bijvoorbeeld graafwerende maatregelen zoals het ingraven van gaas en het verflauwen van taluds. Maar er zijn ook maatregelen die ten doel hebben bevers en dassen naar aantrekkelijkere locaties lokken zoals hoogwatervluchtplaatsen en alternatieve burchten. De keuze is afhankelijk van de hoeveelheid ruimte die beschikbaar is. Veelal zal er een mix van maatregelen gekozen worden, zoals bij het dijkversterkingsproject ‘Meanderende Maas’ in Noord-Brabant. Hier worden op enkele kritische locaties hoogwater-vluchtplaatsen aangelegd en wordt tegelijkertijd gaas ingegraven op plekken met water langs de dijk. Tevens wordt bij Meanderende Maas nagedacht om gaas op het buitentalud aan te brengen. Deze maatregel beschermt tegen graverij tijdens hoogwatersituaties.

Flinke puzzel

Bij het herinrichten van de gebieden moeten we natuurlijk zien te voorkomen we het probleem onbedoeld niet oplossen, maar verplaatsen naar bijvoorbeeld spoor- of wegentaluds. Dit betekent vaak een flinke puzzel, met een doorlooptijd van meerdere jaren. Samenwerking met alle ‘probleem-houders’ – Rijkswaterstaat, ProRail en de omgeving – is van groot belang om ervoor te zorgen dat de dieren op een locatie gaan wonen met zo min mogelijk risico op schade aan taluds van waterkeringen en (spoor)wegen.Ook nadat een gebied zo is ingericht dat het risico op graverij in waterkeringen minimaal is, zal inspectie nodig blijven. Bevers en dassen houden nu eenmaal van graven, ook als ze al een hoofdburcht hebben. Deze graverij is veelal oppervlakkiger en minder omvangrijk, waardoor de impact geringer is. Het zal echter altijd een risico blijven vormen, waardoor wekelijkse inspectie en een goed calamiteitenbestrijdingsplan belangrijk blijven.

Kennisleemtes

Er vindt inmiddels het nodige toegepaste onderzoek plaats, maar er zijn op het gebied van graverij in waterkeringen nog altijd veel kennisleemtes. Veel kennisvragen worden door STOWA opgepakt, samen met de waterschappen, Rijkswaterstaat, ProRail, IPO en Unie van Waterschappen. Zo is er al het kenniscentrum Bever opgezet (www.kenniscentrumbever.nl) waarin reeds bekende informatie wordt gedeeld. Maar er is nog veel te onderzoeken, te denken valt aan:

  • Beleid en kaders: er is behoefte aan duidelijke richtlijnen vanuit de overheid om voldoende handelingsperspectief te hebben. Inmiddels werkt het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan een landelijk protocol;

  • Detectie en monitoring: het onderzoeken en ontwikkelen van methodes om holen te kunnen detecteren en in beeld te brengen;

  • Graafwerende en inrichtingsmaatregelen: het ontwikkelen van methodes om een waterkering onaantrekkelijk te maken voor graverij en andere juist aantrekkelijker. Hier gaat het bijvoorbeeld om bevergaas, alternatieve burchten en hoogwatervluchtplaatsen;

  • Handelingsperspectief bij hoogwater: tijdens hoogwater moet de dijk zo sterk en stabiel mogelijk zijn, en blijven. Hiervoor wordt onderzocht wat er nog mogelijk is aan maatregelen bij hoogwater. Deze krijgen onder meer een plek in de ‘Wiki Noodmaatregelen’; te vinden op de website van STOWA. Wiki Noodmaatregelen geeft een overzicht van alle relevante kennis, hulpmiddelen en ervaringen voor wat betreft de inzet van (sterkte-) noodmaatregelen voor waterkeringen (dijken) bij een (dreigende) overstroming.

Om de graverij te beheersen is samenwerking en onderlinge afstemming tussen alle betrokken partijen noodzakelijk om zo duurzaam te kunnen samenleven met bevers en dassen.

Hanneke Kloosterboer is adviseur waterkeringen bij waterschap Aa en Maas en Robin Biemans is adviseur waterveiligheid bij STOWA.