Koudenetten gunstiger dan airco’s

Klimaat 20-07
Het werkingsprincipe van de gescheiden (vierpijps-) warmte- en koudenet. (Bron: CE Delft)
Het werkingsprincipe van de gescheiden (vierpijps-) warmte- en koudenet. (Bron: CE Delft)

CE Delft heeft onlangs een studie uitgebracht naar de kosten van koeling in Nederland. Daaruit blijkt dat de aanleg van warmte/koudenetten financieel aantrekkelijker (en gunstiger voor het milieu) is dan verkoelen met airco’s.

Het werkingsprincipe van de gescheiden (vierpijps-) warmte- en koudenet. (Bron: CE Delft)
Het werkingsprincipe van de gescheiden (vierpijps-) warmte- en koudenet. (Bron: CE Delft)

Hieronder leest u de samenvatting van het rapport:

Koudenetten gunstiger dan airco’s

De gemiddelde temperatuur van de aarde neemt toe, vooral door menselijke invloeden. Dat heeft grote gevolgen, zoals klimaatverandering. De temperatuurstijging moet in 2050 tot ruim onder 2ºC, en zo mogelijk 1,5ºC behouden worden om de gevolgen te minimaliseren. Ook in Nederland moet de uitstoot van broeikasgassen drastisch worden verlaagd.

Maar zelfs als dit doel wordt bereikt, zorgt de opwarming van de aarde ervoor dat in Nederland de koudevraag van gebouwen toeneemt. Volgens schattingen van het KNMI zullen de koeldagen tot 2050 in het beste geval met minimaal 133 procent en in het slechtste geval met 207 procent toenemen. We moeten dus manieren vinden om onze gebouwen op een duurzame manier te koelen.

In deze studie onderzoeken we de impact van de opwarming van de aarde op de koudevraag van de gebouwde omgeving in Nederland de komende jaren. Ook brengen wij de kosten van koeling in kaart door aantal warmte- en koudenet configuraties met wko te vergelijken met koeling met airco’s.

Verhouding warmte- en koudevraag verandert

Eerst hebben we een schatting gemaakt van de toename van de koelvraag in de woningen en utiliteitsgebouwen tot 2050 op basis van de scenario's van het KNMI. Door de klimaatverandering zal de verhouding van warmte- en koudevraag in gebouwen sterk veranderen de komende jaren, voornamelijk in de utiliteitsgebouwen. Volgens onze schatting is de koudevraag van de gebouwde omgeving in Nederland nu circa 30 procent van de warmtevraag en kan dit oplopen tot circa 80 procent tot 2050. In de utiliteitsgebouwen kan de koelvraag zelfs groter zijn dan de warmtevraag in 2050.

Voor het invullen van deze koudevraag zijn verschillende systemen mogelijk. Als de warmtevraag van een woonwijk wordt ingevuld met een wko-systeem, bijvoorbeeld met een aquathermiebron, is er ook een koudebel beschikbaar om mee te koelen. In deze studie vergelijken wij de kosten van het koelen van woningen door gebruik te maken van deze koudebel met de kosten van het koelen met een airco.

Kostenvergelijking koudenetten en airco’s

Om de impact van koeling op een wijknet te analyseren, vergelijken we de businesscase (CAPEX, OPEX en Total Cost of Ownership) van verschillende systemen die gebruikmaken van een eerlagetemperatuur- (ZLT) bronnet in combinatie met wko en aquathermie voor een nieuwbouwwijk van circa 1.000 woningen. Hieruit blijkt dat het koelen met warmte/koudenetten lagere kosten heeft ten opzichte van airco's. Als er naast aquathermie ook restwarmte van utiliteit als bron wordt gebruikt en hiervoor een koudetarief wordt gerekend, is de businesscase het gunstigst. Met de koudevraag wordt de functionele vraag naar koeling bedoeld. Dus op het moment dat de temperatuur in de woning boven een gewenste temperatuur bereikt, ontstaat deze vraag.

De Total Cost of Ownership (TCO) van de varianten ligt zeer dicht bij elkaar ligt. De TCO van de varianten met koeling is iets hoger dan van de basisvariant, namelijk een warmtenet zonder koeling. Als er een koudetarief voor utiliteit verrekend wordt, zijn de meerkosten het laagst. De variant met airco’s komt het duurst uit over 30 jaar.

“Voor het bepalen van de warmte- en koudevraag spelen ook andere factoren mee, zoals de milieu-impact van airco’s op het vergroten van de hittestress in de stedelijke gebieden (het Urban Island effect). Dit vraagt een bredere en multidisciplinaire aanpak voor het in beeld brengen van de koelingsbehoefte in Nederland”, aldus CE Delft.