Asbesthoudend voegenkit vormt groot risico

Ondergronds
Riolering 
‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Tijdens een rioolrenovatieproject in 2019 werd geconstateerd dat er asbestvezels aanwezig (kunnen) zijn in voegenkit van oude betonnen rioleringen. Hierdoor kan het vervangen van naoorlogse rioolsystemen voor gemeenten fors duurder uitvallen dan oorspronkelijk begroot.

Voegenkit werd in de periode van circa 1945 tot circa 1970 gebruikt als afdichtingsmateriaal tussen betonnen buizen. Sinds 1 juli 1993 is het verboden om asbest te gebruiken.

Voegenkit

De voegenkit werd toegepast in betonnen buizen, die een lengte hebben van 1 meter (de zogenaamde 1-meterse buizen), in alle toegepaste diameters, zowel in de ronde als ook in de ei-vormige buizen. Deze 1-meterse buizen hadden een vaar-moereind-verbinding die waterdicht werd gemaakt met voegenkit. 

De asbest werd door de aannemer handmatig toegevoegd aan het bitumenmengsel om het voegenkit goed kneedbaar te maken, waardoor de voegenkit beter te verwerken was. Na circa 1970 kwamen de 2-meterse buizen op de markt, die voorzien zijn van een mof-spie-verbinding. Deze verbindingen worden waterdicht afgewerkt met een rubberen ring.

Behalve voor de hoofdriolering, werd voegenkit ook toegepast bij de voegverbindingen van gres huisaansluitingleidingen en voor het waterdicht afwerken van de zogenoemde betonnen potjes die op de hoofdriolering geplaatst werden om de huisaansluitleidingen te verbinden met het hoofdriool.

De bitumenkit (al dan niet asbesthoudend) is in de rioleringsbranche, voor zover nu bekend, alleen maar toegepast in de verbindingen van 1-meterse buizen, zowel rond als ei-vormig (incl. de aansluitpotjes). En in huisaansluitleidingen van gres.

Soorten asbestvezels

Er zijn twee groepen asbestvezels: de Serpentijn-asbest en Amfibool-asbest. De Serpentijn-vezels hebben een wollige structuur en zijn daardoor minder gevaarlijk omdat deze minder gemakkelijk blijven ‘haken’ in de longen. De Amfibool-vezels hebben een naaldvormige structuur waardoor deze vezels makkelijker kunnen blijven ‘haken’ in de longen en daardoor zeer gevaarlijk zijn. Het witte asbest hoort in de categorie Serpentijn-asbest thuis en de bruine, blauwe, grijze, groene en gele asbest behoren tot de groep Amfibool-asbest.

Om te weten of en welk type asbest er in voegenkit zit, dient er een asbestinventarisatie uitgevoerd te worden. De asbestinventarisatie mag alleen gedaan worden door een gecertificeerd inventarisatiebureau, waarvan óók het personeel deskundig is opgeleid en gecertificeerd.

De stichting Rioned verzamelt alle inventarisatierapporten om zodoende een goed landelijk beeld te krijgen. Op dit moment zijn er in totaal 114 onderzoeken bekend bij Rioned, waarvan 28 onderzoeken zijn gedaan van de voegenkit in hoofdriolering en de overige onderzoeken betroffen onder andere huisaansluitleidingen. Van de 28 onderzoeken in hoofdriolering bleek bijna de helft van de monsters het gevaarlijke Amfibool-asbestvezel te bevatten.

Vervolgens kan door middel van een blootstellingsonderzoek gemeten worden of, en in welke concentratie asbestvezels in de atmosfeer komen tijdens werkzaamheden aan oude riolering. Op dit moment is er nog maar een enkel blootstellingsonderzoek uitgevoerd, bij het verwijderen van hoofdriolering. Voor het verwijderen van huisaansluitleidingen zijn er inmiddels wel meerdere blootstellingsonderzoeken uitgevoerd.

Wegfrezen voegenkit

De volgende werkzaamheden aan oude riolering, waarin vastgesteld is dat er asbest in de voegenkit zit, kunnen een risico vormen: reinigen van riolen, rooien van riolen en wegfrezen van voegenkit ten behoeve van het renoveren van riolen. Bij het reinigen van riolen bestaat de (theoretische) kans dat door de hoge druk van het water, asbestvezels uit de voegenkit gespoten wordt. Op dit moment wordt de kans, dat deze vezels in de atmosfeer komen, heel laag ingeschat. Mede omdat tijdens het reinigen eventuele asbestvezels wellicht vermengd worden met het water en zodoende niet in de atmosfeer komen.

Bij het rooien van 1-meterse buizen worden de buizen machinaal uit de verbindingen getrokken. Hierbij zal de voegenkit breken en kunnen asbestvezels vrijkomen in de atmosfeer. Bij het frezen van instekende voegenkit door middel van een robotfrees, wordt de kit in kleine stukjes verwijderd. Bij deze verspanende techniek is de kans  groter dat asbestvezels in de atmosfeer komen. De freeswerkzaamheden worden vaak uitgevoerd ten behoeve van het relinen (het inbrengen van een nieuwe kunststof buis) van de oude riolering. Hierdoor krijgt de oude riolering een levensduurverlenging van vijftig jaar.

Riscoklasse 1 en 2   

Om vast te stellen of en in welke concentratie asbestvezels tijdens deze drie soorten werkzaamheden vrijkomen in de atmosfeer zijn blootstellingsonderzoeken nodig, ook wel validatie-onderzoeken geheten. Indien asbest is aangetoond in voegenkit, dan valt die riolering in risicoklasse 2, wat betekent dat als deze riolering gerooid gaat worden er zware veiligheidsmaatregelen genomen dienen te worden, en de riolering alleen door een gecertificeerd bedrijf verwijderd mag worden. Ook zijn er op dit moment nog geen geschikte technieken beschikbaar om de voegenkit volledig van het beton te scheiden. Hierdoor moet het uitkomend riool op dit moment nog in zijn geheel als asbesthoudend materiaal gestort worden. Wanneer uit een blootstellingsonderzoek blijkt dat er geen asbestvezels vrijkomen in de atmosfeer tijdens de werkzaamheden, dan kan de risicoklasse van deze werkzaamheden naar beneden bijgesteld worden naar risicoklasse 1.

Er zijn twee typen validatie-onderzoeken; projectgebonden- én landelijk validatie-onderzoek. Een landelijk onderzoek dient behoorlijk groots te worden opgezet, waarbij commitment van meerdere probleemhouders verdeeld over het land noodzakelijk is. Bij goed gevolg leidt een dergelijk onderzoek tot een landelijke en permanente afschaling van de risicoklasse van de werkzaamheden op basis van het gevolgde uitvoeringsprotocol. 

Een projectgebonden onderzoek kan de lokale probleemhouder op haar eigen project laten uitvoeren, waarbij de uitkomsten slechts gelden voor dat specifieke project. Bij een volgend project zal opnieuw een dergelijk onderzoek uitgevoerd moeten worden.  

Elke gemeente die oude riolering (1-meterse buizen) in zijn stelsel heeft liggen, komt vroeg of laat in aanraking met het fenomeen ‘asbest in voegenkit’. Het is aan te raden om als rioolbeheerder van een gemeente inzichtelijk te maken waar de 1-meterse buizen binnen de gemeentegrenzen liggen. Indien er zich werkzaamheden aandienen in een wijk, bijvoorbeeld rioolvervanging of rioolrenovatie, dan kunnen er op tijd asbestinventarisaties en blootstellingsonderzoeken uitgevoerd worden. Maar om stagnatie bij calamiteiten te voorkomen, bijvoorbeeld bij verstopping of leidingbreuk, kan een inventarisatie wellicht beter op voorhand worden uitgevoerd.

Storten gerooide riolering

Op dit moment zijn er nog geen (betaalbare) technieken beschikbaar om de kit voldoende van de betonbuizen te scheiden, dan wel de met kit verontreinigde buisdelen van het schone ‘tussen-deel’ te scheiden.

Daarom wordt momenteel nog gekozen de complete betonnen buis, inclusief de voegen met asbesthoudend voegenkit,  als asbesthoudend materiaal te storten. Aangezien de voeg, inclusief voegenkit, slechts een klein gedeelte van de totale buis is, is dit geen gewenste situatie (dit gedeelte schoon betonpuin valt dan niet meer te hergebruiken). Het zou mooi zijn als de voeg inclusief voegenkit gescheiden zou kunnen worden van de rest van de betonnen buis. Op die manier ontstaan er twee afvalstromen, te weten een kleine afvalstroom van asbesthoudend materiaal en een grote afvalstroom van ‘schoon’ puin.

Rogier van Alphen is senior adviseur leidingrenovatie bij ingenieursadviesbureau Sweco.