Bodem met sponswerking is pijler gezond ecosysteem

Water/Bodem
Bodembeheer 
‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Het boerenbedrijf staat niet langer alleen in het teken van voedselproductie. In toenemende mate vraagt de maatschappij van agrarische ondernemers dat zij tevens ecosysteemdiensten ondersteunen en reguleren. Uit onderzoek blijkt dat een bodem met sponswerking daarvoor de pijler is.
Bodem met sponswerking is pijler gezond ecosysteem

Het Louis Bolk Instituut heeft onderzoek gedaan naar de bodemkwaliteit van graslanden.

Het Louis Bolk Instituut helpt boeren met op wetenschappelijke inzichten gebaseerde adviezen. Een recent promotieonderzoek bracht nieuwe kennis over de relatie tussen waterregulatie, bodemkwaliteit en het effect daarvan op het ecosysteem in veenweidegebieden in Het Groene Hart. De conclusies uit het proefschrift gaan agrariërs helpen om integraler hun bedrijf te voeren. Daarvoor moeten overigens óók enkele randvoorwaarden ingevuld worden, aldus Merel Hondebrink.

“Negentig procent van onze onderzoeken is bodemgerelateerd”, zegt Hondebrink die zich bezighoudt met onderzoek naar duurzaam bodembeheer. Dat onderzoeksgebied legde al vele fundamentele relaties bloot die bestaan met bijvoorbeeld waterregulatie, klimaatregulatie, biodiversiteit en gasproductie. Alles grijpt in elkaar. Om dit integrale karakter van het agrarische systeem en de status quo per onderzocht gebied scherp in beeld te krijgen, was goed instrumentarium nodig.

“Wij hebben in 2020 het project ‘Op weg naar een New Deal tussen boer en maatschappij’ uitgevoerd in opdracht van het College van Rijksadviseurs waarin we een meetlat ontwikkelden voor drie gebiedstypen: zand, klei en veen. Die meetlat stelt ons in staat om per gebied inzichtelijk te krijgen welke thema’s er precies spelen, waar knelpunten zitten en waar je je dus op moet focussen. Zo kom je uit op wat er per gebied aan maatregelen nodig is om onder andere de bodemkwaliteit en het ecosysteem positief te beïnvloeden.” 

Die meetlat is flexibel en kan heel breed zijn. Zo kunnen daar ook thema’s als gezondheid, voeding en economie onderdeel van uitmaken. Aan de hand van de meetlat kan het Louis Bolk Instituut dus integraal adviseren aan verschillende stakeholders. 

Goede waterinfiltratie in bodem

“Wij staan tussen verschillende betrokken partijen in en spelen een verbindende rol, maar onze centrale focus ligt bij de boeren. Hen proberen wij met praktische adviezen te ondersteunen bij het duurzamer maken en tegelijkertijd voldoende rendabel houden van hun bedrijf.” Dat is een interessante uitdaging, waarbij onderzoeken naar de fysieke relaties tussen land en water leiden tot specifiekere inzichten in wat gebieden concreet nodig hebben, en wat de boer daaraan kan bijdragen. Een recent promotieonderzoek van Hondebrinks collega Joachim Deru onder de titel ‘Soil quality and ecosystem services of peat grasslands’, (https://louisbolk.nl/publicaties/soil-quality-and-ecosystem-services-peat-grasslands) deed een duit in dat zakje. 

Biodiversiteit is mede gediend door een diversiteit van aan elkaar grenzende graslanden.

Deru’s onderzoek richtte zich onder andere op de sponswerking van de veenbodem bij melkveehouderijen in het Groene Hart. “Joachim onderzocht een verband dat weliswaar al langer werd aangenomen, maar dat nog nooit op deze grondsoort was aangetoond. Namelijk dat een goede bodemkwaliteit in belangrijke mate de sponswerking van de bodem bepaalt en dat dit tot een goede waterinfiltratie leidt.” De specifieke keuze voor een bodemsoort is vanuit praktisch oogpunt functioneel licht Hondebrink toe. “Wil je boeren meekrijgen als het gaat om onderzoek en adoptie van geadviseerde maatregelen, dan dien je de onderzochte grondsoort leidend te laten zijn. Uiteindelijk moeten de adviezen immers goed toepasbaar zijn.”

Deru vond onder meer dat het voor een goede waterinfiltratie cruciaal is dat de bodem een intensieve beworteling en actief bodemleven heeft. “De bodem moet goed doorwoeld zijn door regenwormen en plantenwortels, want dat geeft de juiste bodemstructuur voor een goede sponswerking.” Bij deze sponswerking is er een juiste balans tussen het vasthouden van water en het afvoeren daarvan. Is veengrond te nat, dan kan een agrariër er niet goed op boeren. Is hij te veel ontwaterd, dan leidt dit tot het langzaam verdwijnen van de bovenste veenlaag als gevolg van oxidatie en mineralisatie door het bodemleven. Dit leidt tot extra uitstoot van CO2 en bodemdaling. 

Divers grasland

Deru onderzocht verschillende soorten grasland en ontdekte dat een belangrijke ecologische waarde als biodiversiteit gebaat is bij een mêlee aan landbouw- en natuurgraslanden in een gebied. Hondebrink: “De soorten grasland bezitten onderling verschillende bodemeigenschappen. Zo verschilt de pH-waarde. Bij natuurgrasland waren de door Joachim onderzochte percelen zuurder en bevatten ze minder regenwormen. Dat zorgt voor minder goede sponswerking in natuurgrasland vergeleken met die in landbouwgrasland. Dat houdt tevens in dat landbouwgrasland overvloedig water bij piekbuien beter kan verwerken.” Anderzijds is het voor natuurgraslanden minder problematisch als ze tijdelijk onder water staan. Landbouwgrasland met veel regenwormen en organisch materiaal daarentegen trekt weidevogels aan. Voor het nestelen van weidevogels zijn natuurgraslanden dan weer beter geschikt doordat er minder begraasd, gemaaid en bemest wordt en door de beter aangepaste vegetatie voor de jongen. 

Biodiversiteit is met andere woorden mede gediend door een diversiteit van aan elkaar grenzende graslanden, vond Deru. Het vergelijkend onderzoek naar twintig landbouwgraslanden en twintig natuurgraslanden toonde bovendien een opvallend verschil in rijkdom van planten- en diersoorten aan op landschapsniveau. Natuurgrasland herbergt 26 procent meer plantsoorten en bodemleven. De natuurgraslanden bleken qua bodemomstandigheden vaak van elkaar te verschillen. De specifieke bodemomstandigheden bieden zodoende per natuurgrasland een geschikte habitat voor eigen plantensoorten en bodemleven.

Profielkuil

Boeren en waterschappen moeten met elkaar in gesprek voor een goed bodembeheer.

Met die kennis kunnen boeren concrete maatregelen nemen, zegt Hondebrink. Zo volgt uit het onderzoek dat de boer die mest over zijn landbouwgrasland uitrijdt met een hoog gehalte aan organische stof, daarmee zijn grond van goede voeding voorziet, wat gunstig is voor de regenwormen en daardoor de weidevogels. Ook dient een boer de zuurgraad van de bodem goed in de gaten te houden, want dat is belangrijk voor de omzetting van organische stof, zoals Deru ook aantoonde.

Verder is er nog het algemene advies dat onderzoekers van het Louis Bolk Instituut boeren steevast geven: graaf een profielkuil. “Wetenschappelijk onderzoek en boeren zijn activiteiten die letterlijk op en in de klei plaats moeten vinden. Dat werkt in onze visie en ervaring het best. Daarom is het voor iedere boer essentieel zijn grond goed te kennen en daar dus letterlijk in te kijken door een profielkuil te graven. Dit geeft inzicht in bodemstructuur, beworteling, bodemleven en uiteindelijk in de effecten van de activiteiten en keuzes van de boer.”

Samen met waterschappen

Behalve de fysieke maatregelen ter verbetering van ecologisch verantwoorde bedrijfsvoering, geeft Hondebrink nog een prangend advies aan alle belanghebbenden. “Boeren voelen zich vaak alleen staan. Bovendien wordt er door bestuur en politiek veel van ze gevraagd en voelen ze zich verantwoordelijk gemaakt voor milieuproblematiek. Daarom is het zaak meer samen te werken. Waterschappen zijn daarbij ook een belangrijke partij, zij bepalen immers de waterpeilen. In het verleden konden boeren beter de weg vinden binnen de waterschappen, omdat dit destijds kleinere organisaties waren die over kleinere gebieden gingen. De laatste jaren zijn we van enkele honderden naar circa 23 waterschappen gegaan. Door die schaalvergroting ervaren boeren de communicatie tegenwoordig vaak als onduidelijk en stroef. Wat goed kan werken is teruggaan naar kleinere gebieden waarbij boeren die in dezelfde polder of rondom eenzelfde natuurgebiedje zitten, met elkaar praten.” 

Als zij elkaar meer opzoeken en gezamenlijk met waterschappen in gesprek gaan, komen daar breder gedragen beslissingen uit, is Hondebrinks ervaring. Dergelijke besluiten kunnen dan collectief worden opgepakt wat meer effect sorteert voor het milieu dan wanneer boeren individueel maatregelen nemen. Er lopen al goede initiatieven, vervolgt ze. ‘Polderkennis op peil’ is zo’n initiatief waarbij er studieclubs met boeren zijn opgericht. Bovendien geeft bijvoorbeeld waterschap Vallei en Veluwe bodemcursussen en gaat het actief in gesprek met boeren.

Voor meer informatie: www.louisbolk.nl. 

Baart Koster is tekstschrijver bij Koster teksten.

Dit artikel is afkomstig uit Land+Water 11-2021. Nog geen abonnee? Klik hier!