Invloed van maaien op toekomstbestendigheid bermen

Water/Bodem
Klimaat  Kwaliteit 
‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Langs snelwegen, verspreid door het land, voeren Rijkswaterstaat en Wageningen University & Research (WUR) een experiment uit naar biodiversiteit in bermen. Dit onderzoek, waarin gekeken wordt naar maaibeleid in relatie tot klimaatverandering, maakt onderdeel uit van het project All4Biodiversity.

Een van de tien locaties uit het onderzoek vind je op de snelweg A1, net na afslag Voorthuizen, ter hoogte van de Harselaar. In deze brede berm zijn met paaltjes vlakken aangeduid en staat een bordje ‘Niet maaien. Proefvlakken.’ Op deze, en de andere negen proeflocaties, wordt de komende vier jaar niet door aannemers van Rijkswaterstaat gemaaid. Dit geldt alleen voor deze afgezette proefvlakken die dieper in de berm liggen. Buiten de proefvlakken wordt het gangbare maaibeheer aangehouden, waarbij de eerste strook, minimaal 1 m vanaf de rand van het asfalt, meerdere keren per jaar wordt gemaaid met het oog op verkeersveiligheid en doorstroming van het verkeer.

De locaties zijn geselecteerd op basis van bodemtype en de breedte van de berm. Met het experiment wil Rijkswaterstaat onderzoeken hoe ze met maaibeleid in de bermen op verschillende soorten grond het beste kunnen inspelen op klimaatverandering en kunnen bijdragen aan versterking van de biodiversiteit.

Monitoren van bermen

Nederland kent veel mooie natuurgebieden, met bijzondere planten, dieren en landschappen. Deze natuur staat onder druk en zal naar verwachting in de toekomst verder onder druk komen te staan door klimaatverandering, zoals extreme droogte en hogere temperaturen. Dit geldt ook voor onze snelwegbermen, met een oppervlakte van in totaal zo’n 18.100 ha. Een groot oppervlak aan natuur dus. Toine Morel, projectleider Rijkswaterstaat: “Al sinds 1999 monitoren we de plantengroei in deze bermen in het Meetnet Bermflora. We zien dat het aantal soorten afneemt. Dit hangt deels samen met de hogere stikstofdepositie.”

Veel bermgedeelten zijn met gras begroeid. Deze grasbermen zijn in eerste instantie bedoeld voor het borgen van de verkeersveiligheid en de stabiliteit van de hoofdwegen en het verkeer. Als een auto van de weg raakt bij een grasberm, kan deze hier veilig op uitrijden, zonder obstakels en op een zachte ondergrond. Maar deze bermen bieden ook kansen voor de natuur en de biodiversiteit. De bermen hebben een belangrijke functie als leefgebied voor veel soorten planten en dieren, onder andere insecten, kleine zoogdieren, vogels en reptielen. Tevens fungeren de bermen als corridors voor dieren en planten die zich verplaatsen van het ene naar het andere natuurgebied.

Over het experiment

Voor de biodiversiteitskansen in deze bermen kijkt Rijkswaterstaat naar toekomstbestendig maaibeleid. Vanuit de WUR werken onder andere projectleider Philippine Vergeer en promovendus Wiene Bakker aan dit onderzoek.

Hiervoor hebben zij op tien locaties 382 paaltjes in de grond geslagen. Op iedere locatie zijn 18 vakken van 10 bij 6 m uitgezet, waarin variërend maaibeleid wordt toegepast en waarbij geregeld genoteerd wordt welke plantensoorten en insecten hierin voorkomen. Ook worden grondmonsters genomen voor het vaststellen van de bodemvruchtbaarheid, opslag van CO2 en de ondergrondse biodiversiteit in de vorm van bacteriën en schimmels als onderdeel van het onderzoek. Bij het maaibeleid wordt gekeken naar drie factoren, maaifrequentie (1 versus 2 keer maaien per jaar), het maaitijdstip en de maaihoogte.

De resultaten van dit onderzoek kunnen in de toekomst gebruikt worden voor gerichte beheermaatregelen, die een positieve bijdrage kunnen leveren aan herstel van de biodiversiteit en verbetering van de klimaatadaptatie. Denk bijvoorbeeld aan erosiebestendigheid en vermindering van de risico’s op bermbranden.

Samenwerking binnen All4Biodiversity

Het experiment met de proefvlakken maakt onderdeel uit van het zesjarige programma All4Biodiversity  (2020-2025), geleid door de provincie Zuid-Holland. Naast Rijkswaterstaat nemen vijf provincies, twee ministeries, verschillende natuur- en landbouworganisaties en de stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel deel. Doel van dit samenwerkingsverband is de kwaliteit van natuurgebieden en de biodiversiteit te verhogen. Hiervoor worden binnen Nederland verschillende onderzoeken en pilots gedaan in Natura 2000-gebieden. Een deel van de kosten wordt gedekt door een Europese subsidie.

Een thema als klimaatverandering is grensoverschrijdend. Daarom is het belangrijk en waardevol om hierin samen op te trekken en de resultaten ook internationaal te publiceren. De krachtenbundeling binnen All4Biodiversity en de samenwerking met de WUR helpt Rijkswaterstaat haar taken op het gebied van klimaatverandering beter uit te voeren en biedt input voor verdere samenwerking en kennisuitwisseling op dit vlak.

Bron: Rijkswaterstaat