Opslag groene waterstof ‘interessant en waardevol’

Water/Bodem
Klimaat 
‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Goedkope en in uitbundige hoeveelheden leverbare duurzame energie uit zon en wind gaat de toekomst van het energielandschap bepalen. Elektronen winnen het op termijn met vlag en wimpel van de moleculen die nu leidend zijn in het energiesysteem. Dat is de visie van energie-autoriteit Peter Molengraaf. 

Tegelijk voorziet hij een belangrijke (bij)rol voor duurzame moleculen zoals groene waterstof: als opslagmedium, in mobiliteit en als industriële grondstof. Daarbij kan het Lievense | WSP-plan om een groene waterstofbuffer tussen Rotterdam en Antwerpen te realiseren heel waardevol zijn.

Peter Molengraaf kent de energiewereld van haver tot gort. Hij vervulde directiefuncties bij Shell en Nuon en was tot 2017 chief executive officer bij Alliander en voorzitter van branchevereniging Netbeheer Nederland. Momenteel is hij onder andere voorzitter van Holland Solar, de belangenbehartiger van de Nederlandse zonne-energiesector, en voorzitter van de Raad van Commissarissen van Afval Energie Bedrijf (AEB) Amsterdam.

Tien maanden goedkope groene elektriciteit

Vandaag is energie in de vorm van niet-duurzame, fossiele moleculen volop beschikbaar en goedkoop – en dus leidend. Maar we gaan naar een energiesysteem dat precies omgekeerd in elkaar zit: elektronen worden goedkoop en duurzame moleculen zoals groene waterstof duur, betoogt Peter. “De productie van elektriciteit uit wind en zon neemt in razend tempo toe, terwijl de prijzen dalen. Als er voldoende interconnectie wordt gerealiseerd tussen de Noordwest-Europese netwerken, dan kunnen we straks grof berekend zo’n tien maanden per jaar ongehinderd draaien op steeds goedkoper wordende duurzame elektriciteit.”

Waterstof

Dat betekent dat we voor de resterende twee maanden seizoensopslag moeten realiseren. Waterstof kan hierin een belangrijke rol vervullen. Waarbij we ons dan wel moeten realiseren dat dit bijna per definitie een dure oplossing is, zegt Peter. Hij legt uit: “Als we voor waterstof kiezen voor seizoensopslag, dan moet je het heel lang opslaan om het te kunnen gebruiken op de weinige dagen dat het nodig is. Dat heeft natuurlijk invloed op de prijs. Vergelijk het met de handel in schaatsen: die zijn het hele jaar op voorraad, maar worden pas verkocht als het vriest.”

Duurzame elektriciteit

De toekomstig lage prijs van duurzame elektriciteit in combinatie met leverbetrouwbaarheid gaat een gamechanger van betekenis zijn, denkt Peter. “Neem bijvoorbeeld de Nederlandse industrie. Die is nu helemaal gewend aan- en ingericht op eindeloze hoeveelheden aardgas tegen een lage prijs. Daardoor lijkt het alsof dat niet anders kan. Maar dat is natuurlijk onzin: in de Scandinavische landen en Frankrijk, bijvoorbeeld, is juist elektriciteit heel goedkoop en overvloedig beschikbaar. Daar hebben ingenieurs dan ook een mindset en wordt alles zoveel mogelijke geëlektrificeerd. Daar wordt aangetoond dat het wel degelijk mogelijk is.” Ook voor gebouwde omgeving voorziet Peter dat elektrificatie de boventoon gaat voeren, gedreven door prijs én beschikbaarheid.

Behalve voor seizoensopslag verwacht Peter dat duurzame moleculen als groene waterstof ingezet zullen worden als grondstof voor productie in de chemische industrie, ter vervanging van olie en gas. Ook in mobiliteit ziet hij mogelijkheden, al zal dat waarschijnlijk beperkt zijn tot bijvoorbeeld de scheepvaart, luchtvaart en zwaar transport. Dit betekent natuurlijk wel dat de benodigde waterstof geproduceerd moet worden én op de juiste plaats en tijd beschikbaar moet zijn. Het Lievense | WSP-plan voor de grootschalige opslag van duurzaam geproduceerde waterstof in een leidingstraat noemt Peter in dat verband dan ook ‘interessant en creatief’.

Dat het plan zoals Lievense | WSP het zich voorstelt technisch haalbaar is, staat vrijwel vast, zegt hij: “Oliemaatschappijen en bijvoorbeeld Gasunie gebruiken leidingnetten als opslag en dat werkt prima. Ook bij Liander hebben we er met aardgas op beperkte schaal mee geëxperimenteerd.” Peter verwacht dat na 2030 zoveel duurzame elektriciteit beschikbaar is, dat de productie van groene waterstof ook een vlucht kan nemen. “Voor de periode daarna zie ik dan ook zeker mogelijkheden. Natuurlijk zijn er nog wel veel systeemvragen waar we een antwoord op moeten zoeken voordat zo’n opslag in een pijpleiding onder druk kan werken – zowel technisch als economisch. Waterstof heb je bijvoorbeeld in verschillende kwaliteiten: welke sla je op en voor welke toepassing? De waarde die de buffer kan hebben, is afhankelijk van de dynamiek bij opwekkers en afnemers. Wie zijn producenten en wie afnemer en hoe gaan die waarde creëren? Ik denk dat het een goed begin zou zijn als eerst aan beide kanten nét buiten de pijpleidingen wordt gekeken of er economische waarde te creëren is.”