Visstand in kaart brengen met eDNA: goede resultaten

Water/Bodem
Kwaliteit 
‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Onlangs werd een onderzoek afgerond naar de mogelijkheden de vismonitoring niet meer op klassieke manier uit te voeren, maar via het DNA dat ze achterlaten in het water, zogenoemd environmental DNA of eDNA. Dit is gebeurd via het vergelijken van beide methoden.

Visstand in kaart brengen met eDNAOm een beeld te krijgen van de ecologische toestand van watersystemen monitoren waterbeheerders de visstand, één van de ‘kwaliteitselementen’ van de Kaderichtlijn Water (KRW). Momenteel gebeurt dit voornamelijk met behulp van sleepnetten en elektrovisserij, volgens de methode van het Handboek Hydrobiologie. Nadelen van deze methoden zijn dat de effectiviteit ervan beïnvloed wordt door lokale en weersomstandigheden zoals de waterdiepte, de aanwezigheid van structuur (o.a. waterplantenbedekking), het doorzicht, de mate van stroming, de temperatuur en wind- kracht/richting.

Sinds 2013 wordt onderzocht in hoeverre de innovatieve environmental DNA (eDNA) methode een alternatief kan zijn voor het vissen met traditionele vangtuigen. Via eDNA-metabarcoding is het zelfs mogelijk alle vissoorten in een enkel watermonster te analyseren. Eerder onderzoek met behulp van de methode is uitgevoerd door RAVON met cofinanciering van STOWA en vijftien waterschappen.

De innovatieve eDNA methode, die de aanwezigheid van soorten bepaalt op basis van DNA sporen in het water, heeft de volgende voordelen:

  • Een hoge mate van standaardisering. De trefkans van eDNA, wordt in vergelijking tot het vissen met traditionele vangtuigen, minder beïnvloed door lokale omstandigheden.
  • Een zeer hoge trefkans. Op traject- en waterlichaamniveau worden met eDNA gemiddeld meer vissoorten aangetroffen dan in de KRW-visstandbemonstering.
  • Verhoudingen in eDNA tussen soorten zijn nauwkeurig en reproduceerbaar te meten. Dit biedt potentie om ook het relatieve voorkomen van soorten in beeld te brengen.Relatief geringe kosten: 2 à 4 eDNA monsters zijn voldoende om een waterlichaam te bemonsteren (0,5-1 mandag werk en analysekosten), terwijl bij een visbemonstering vaak 2 tot 3 mensen één of meerdere dagen aan het vissen zijn.
  • Diervriendelijk: vissen hoeven niet gevangen te worden waardoor bij eDNA geen verstoring en/of beschadigingen aan vissen optreedt.
  • Identificatie: in enkele gevallen zijn soorten op basis van eDNA te onderscheiden waarbij dat op basis van uiterlijke kenmerken lastig of niet mogelijk is.

Kort en goed: een methode om visstand te bemonsteren op basis van eDNA heeft veel potentie voor het sneller, beter en goedkoper beoordelen van de samenstelling van de visgemeenschap. De techniek kan ingezet worden voor toekomstige KRW-beoordelingen. Het past overigens nog niet als methode voor gegevensverzameling bij de huidige maatlatten. Daarvoor zullen de huidige maatlatten moeten worden aangepast, of voor de periode na 2027 nieuwe maatlatten moeten worden ontwikkeld. Daartoe bestaat onder voorwaarden de beleidsmatige ruimte.

Op dit moment treft STOWA voorbereidingen voor een vernieuwde waterkwaliteitsmonitoringaanpak voor de KRW na 2027. Hierin is ook plaats voor het toepassen van nieuwe monitoringtechnieken, zoals eDNA.