Monitoren kademuren geen sinecure

Waterbouw
Vaarwegen 
‹ Terug naar overzicht
Geplaatst op:
Om in kaart te brengen wat de staat is van de kademuren of rakken (een nagenoeg recht stuk rivier; denk aan Damrak), meet Iv-Infra samen met RPS en Bouwrisk of er zettingen optreden in de 17 kilometer meest risicovolle kademuren en de aangrenzende panden in Amsterdam.

Denk je aan Amsterdam, dan denk je ook aan grachten. Kilometers aan grachten kronkelen door de stad heen. De meeste hiervan zijn al heel oud en sommige dateren zelfs uit de zestiende eeuw. De kades rondom deze grachten zijn dus al net zo oud en zijn gefundeerd op houten palen. Niet verwonderlijk dat de daarop gemetselde kademuren op veel plaatsen in slechte staat zijn en wellicht het einde van hun technische levensduur hebben bereikt. De gemeente Amsterdam staat voor een groot kademuurvervangingsproject, waarbij 200 kilometer aan kademuren moet worden aangepakt. Maar voor zij hiermee kunnen starten, moet eerst in kaart worden gebracht wat de staat is van het areaal. Van honderd rakken, met een lengte van 17 kilometer, staat vast dat het risico op bezwijken hoog is. In het monitoringsproject bekijken we gedurende een jaar hoe de kademuren zich ‘gedragen’. Is er al sprake van vervorming? En hoe groot zijn de afwijkingen? Daarnaast bekijken we ook wat de schadegevoeligheid is van de belendende panden. Deze gebouwen staan binnen 20 meter van de kade en in het te meten gebied. Bij ongeveer de helft van de rakken bevinden zich belendende panden. Iv-Infra monitort met hoogtemetingen of de woningen zakken en wat de zakkingssnelheid is. Zo brengen we in kaart wat de panden doen onder normale dagelijkse belastingen, zoals zwaar verkeer dat over de kade rijdt. Is de zakkingssnelheid hoog, dan is er reden voor verder onderzoek. 

Drukke stad

“Het monitoren van kademuren en panden in de binnenstad van Amsterdam is een behoorlijke uitdaging”, vertelt Marijn Bogers, projectleider Iv-Infra. “De kades staan altijd vol met auto’s, fietsen en mensen, dus we moeten creatief zijn met onze metingen. Er lopen regelmatig mensen door de zichtlijnen van het meettoestel en zeker op de drukke grachtengordel moet er altijd iemand bij het toestel blijven staan. Kades staan vol geparkeerd, dus we zetten vaak het meettoestel op een statief tussen de auto’s en fietsen of gebruiken lage prisma’s om zo onder alles door te meten. En wat denk je van woonboten die aan de kade liggen? Die zorgen er ook voor dat er bijvoorbeeld extra hulppunten tussen geplaatst moeten worden om zo toch tot een betrouwbare meting te komen.” Bogers legt uit hoe vaak er gemeten moet worden om tot een goede monitoring te komen: “Bij de meeste kades doen we een 0-meting en meten daarna nog drie keer om de vier maanden. Bij de slechte rakken meten we een keer per maand en herhalen dit elf keer. Een enkele risicovolle kade wordt een jaar lang wekelijks gemeten. We meten continu met twee tot drie personen. Qua omvang is dit monitoringsproject aan kademuren enorm. De uitdaging is ook groot, want geen enkele kade is hetzelfde en je moet dus continu blijven nadenken over de beste oplossingen. De omstandigheden van iedere kade zijn anders, ook de belasting varieert op verschillende tijdstippen.” 

Meten is weten

Wat gebeurt er met de metingen? “We maken verplaatsingsmetingen; relatieve X-Y-metingen aan het begin en einde van de kade. Hiertussen mag geen vervorming optreden. Deze gegevens verwerken we tot deformatietabellen en -grafieken en hier maken we een (meet)rapportage van. Al deze gegevens gaan naar de gemeente Amsterdam. In het rapport vermelden we ook of er zettingen zijn opgetreden en of er vervorming is geconstateerd. Komt de constructieve veiligheid in het geding? Dan moeten er maatregelen worden genomen. De afdeling waterbouw van Iv-Infra brengt vervolgens advies uit voor de kadeconstructie.”

Marijn Bogers is projectleider bij Iv-Infra.