Kenniscommunity opgericht over zandsuppleties voor natuur

Klimaat 14-12
 Luchtfoto van de Galgeplaat in de Oosterschelde. (Foto: Provincie Zeeland)
Luchtfoto van de Galgeplaat in de Oosterschelde. (Foto: Provincie Zeeland)

Om voorbereid te zijn op de toekomst van de platen, schorren en slikken in intergetijdengebieden is er onlangs een ‘kenniscommunity suppleties voor natuur’ opgericht. Deze groep gaat een kennisagenda opstellen voor 2024-2033.

 Luchtfoto van de Galgeplaat in de Oosterschelde. (Foto: Provincie Zeeland)
Luchtfoto van de Galgeplaat in de Oosterschelde. (Foto: Provincie Zeeland)

De Oosterschelde heeft al jaren zandhonger. Door de aanleg van de Oosterscheldekering zijn de geulen te groot en komt er te weinig sediment het systeem in, waardoor de ecologisch waardevolle platen, slikken en schorren afkalven. Zeespiegelstijging versterkt de druk op de platen en maakt de gevolgen op termijn groter.

Zandhonger is niet nieuw

Zandhonger is slecht nieuws voor de natuur in het Oosterscheldegebied en uiteindelijk ook voor de veiligheid van het achterland. De platen, slikken en schorren zijn een belangrijke pleisterplaats en zorgen voor rustplekken en voedsel van zeehonden, vogels en vissen. Daarnaast werken ze als natuurlijke golfbrekers.

Rijkswaterstaat heeft de afgelopen 15 jaar hard gewerkt om de platen, schorren en slikken in goede conditie te houden. Dat doen ze door deze gebieden in de Oosterschelde terug op hoogte te brengen met zandsuppleties. Zolang er geen alternatief voor is, wordt de zandhonger bestreden door het tekort weer aan te vullen. Iets dat om de paar jaar op steeds een andere plek in het systeem gedaan wordt.

Om zoveel mogelijk meerwaarde voor de natuur te waarborgen, is doorlopende kennisontwikkeling noodzakelijk. Met elke suppletie vergaart Rijkswaterstaat steeds nieuwe inzichten over hoe dit soort ingrepen doelmatiger kan worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld onderzoek naar hoeveel en welk sediment de meeste ecologische winst geeft en op welke locatie dat het beste werkt.

Zandhonger vraagt steeds meer kennis

Om voorbereid te zijn op een onzekere toekomst van de platen, schorren en slikken in intergetijdengebieden is er onlangs een ‘kenniscommunity suppleties voor natuur’ opgericht. Deze groep gaat een kennisagenda opstellen voor 2024-2033. Want hoelang is suppleren nog de beste oplossing? Zijn er betere oplossingen en zo ja, voor welke locaties? En zolang suppleren de voorkeurstrategie blijft, hoe kunnen we deze suppleties zo goed mogelijk realiseren? Welke kennis hebben we al beschikbaar, en wat moeten we nog uitzoeken?

Initiatief kenniscommunity

Het initiatief voor de community is genomen door Deltares, Rijkswaterstaat, Kenniscommunity Oosterschelde, Stichting Noordzee, Wageningen Marine Research, NIOZ en TU Delft. Deze partijen gaan als eerste cruciale kennis en ervaring bundelen voor (toekomstige) suppleties ten behoeve van natuur. De focus ligt op de Oosterschelde, maar deze kennis kan ook bijdragen aan het beheer van andere systemen. Bovendien kan in de Oosterschelde ook veel geleerd worden van de uitdagingen en oplossingen die spelen in andere systemen, zoals de Waddenzee.

Volgens Cor Schipper, projectmanager Suppletie Galgeplaat en Slikken van de Dortsman, is de kenniscommunity suppleties voor de natuur een open platform: “Heb je kennis en wil je bijdragen, dan horen we dit graag.”